cressen – pluk ze zelf op een van de vele plukboerderijen in Nederland
Het is zo’n dag dat je gewoon even de buitenlucht in moet. Samen met vrienden of familie rijd je naar een plukboerderij, mandje in de aanslag. Daar staan ze dan: de frisse, peperige blaadjes van waterkers, tuinkers of veldkers – in het Nederlands liefkozend cressen genoemd. Geen saaie supermarktverpakking, maar gewoon groeien ze uit de grond of uit bakken water, klaar om door jou te worden geoogst. Je knijpt voorzichtig een handvol tussen duim en wijsvinger, en hop, met een zacht knakje breken de stengels. Het ruikt meteen pittig en groen. Lachen, plukken, en stiekem een blaadje proeven – die pittige kick is onmiskenbaar. Je mandje vult zich snel, en thuis belooft het een feestje te worden.
Eenmaal thuis: wat doe je met je zelfgeplukte cressen? Ze zijn heerlijk fris, dus bewaar ze in de koelkast, gewikkeld in een vochtige theedoek, en gebruik ze binnen een paar dagen. Je kunt ze rauw over bijna alles strooien: salades, soepen, broodjes, omeletten. Maar we gaan verder dan dat.
Omdat cressen eigenlijk een kruidachtig gewas is, geef ik je één recept voor thee:
Cressenthee voor een pittige oppepper
Neem een handvol gewassen cressen (waterkers of tuinkers, met steeltjes). Breng 300 ml water aan de kook en giet het over de cressen in een theepot of grote mok. Laat 5 minuten trekken. Zeef de blaadjes eruit (of laat ze drijven voor de sier). Voeg een lepeltje honing en een schijfje citroen toe. De thee is licht pittig, verrassend fris en doet wonderen bij een winterdipje of een vol gevoel.
Omdat cressen in de Nederlandse context vaker als groente of kruid worden gebruikt dan als fruit, geef ik hier twee kookrecepten. Let op: voor fruit zou een cocktail volgen, maar cressen zijn geen fruit, dus ik vervang dat door een extra hartig recept.
Recept 1: Cressen-pesto met walnoten
- 100 g verse cressen (tuinkers of waterkers)
- 50 g geroosterde walnoten
- 50 g geraspte Parmezaanse kaas
- 1 teentje knoflook
- 100 ml olijfolie
- Snuf zout en peper
Doe alle ingrediënten behalve de olie in een keukenmachine. Pulseer terwijl je de olie er langzaam in schenkt tot een smeuïge pasta. Klaar! Deze pesto is heerlijk door pasta, op een toastje met geitenkaas, of als dipsaus bij rauwkost.
Recept 2: Romige cressen-aardappelsoep
- 500 g kruimige aardappelen, geschild en in blokjes
- 1 ui, gesnipperd
- 1 teen knoflook, fijngehakt
- 1 liter groentebouillon
- 150 ml kookroom
- 150 g verse cressen, grof gesneden
- Boter om in te bakken
Fruit de ui en knoflook in een klontje boter tot ze glazig zijn. Voeg de aardappelblokjes en bouillon toe. Kook 15 minuten tot de aardappel zacht is. Pureer de soep met een staafmixer of in een blender. Roer de room en de cressen erdoor, verwarm nog 2 minuten (niet meer koken) en breng op smaak met zout, peper en eventueel een scheutje citroensap. Garneer met extra blaadjes cressen.
Fruitcocktail – niet van toepassing, maar voor de liefhebber van een twist:
Als je per se een drankje wilt: maak een Cressen Collins – maar wees gewaarschuwd, dit is een grap. Pureer een handje cressen met 30 ml gin, 15 ml citroensap en 10 ml suikersiroop. Zeef in een glas met ijs, vul aan met bruiswater. Garneer met een cressentakje. Het smaakt verrassend grasgroen en fris, maar vooral naar een moestuintje op een zonnige dag. Proost!
Dus: trek eropuit, pluk je eigen cressen, en maak er thuis iets bijzonders van. Het is simpel, lekker en geeft je het gevoel dat je zelf de chef bent van je eigen bord.

