Knolselderij? Ja, die knol. Die bobbelige, aardse, ietwat maffe ondergrondse groente die eruitziet alsof hij net een potje knokken heeft gehad. Maar laat je niet misleiden door zijn uiterlijk – dit is een van de meest ondergewaardeerde helden van de moestuin. En het beste nieuws: je kunt hem zelf komen oogsten, met je handen in de aarde, op verschillende boerderijen in Nederland. Trek een oude broek aan, want dit wordt een gezellig middagje modderpret.

Het plukken (of eigenlijk: het trekken)
Knolselderij is geen verlegen plant. Hij steekt met zijn bladeren fier boven de grond uit, maar de echte schat zit verstopt. Je pakt de bladkraag stevig vast, wiebelt een beetje – alsof je de knol overtuigt dat het tijd is – en trekt. Plop. Daar komt hij. Een knol ter grootte van een vuist, soms een kinderhoofd, bedekt met een laagje aarde die er nog aan mag blijven plakken voor de smaak. Het is een perfecte activiteit voor familie en vrienden: wie trekt de grootste? Wie vindt de vreemdste vorm (hint: die lijken altijd op een of ander dier)? En de bladeren gooi je niet weg, die zijn ook eetbaar.

Eenmaal thuis: aan de slag
Je hebt nu een knolselderij op het aanrecht. Wat nu? Het belangrijkste: schoonmaken. Een stevige borstel, wat water en geduld. De schil is dik en oneetbaar, dus die snijd je er met een scherp mes af. Het vruchtvlees is roomwit en knapperig. Je kunt het rauw eten (denk aan een salade met appel en walnoot – frisse, knapperige aardse smaak) of verwerken in warme gerechten.

Recept 1: Crème van knolselderij (soep waar je blij van wordt)
Snijd een schoongemaakte knol (ongeveer 500 gram) in blokjes. Fruit een ui en twee teentjes knoflook in boter. Voeg de knolblokjes toe, bak ze even mee. Schenk er 750 ml groentebouillon bij en een scheutje room (of kokosmelk voor de vegan variant). Laat 20 minuten zachtjes koken tot de knol zacht is. Pureer met een staafmixer, breng op smaak met zout, peper en een snufje nootmuskaat. Garneer met verse peterselie of een paar druppels truffelolie. Hemels.

Recept 2: Knolselderij-friet uit de oven
Snijd de geschilde knol in frietvorm (de dikke, stevige variant, niet te dun). Meng met olijfolie, paprikapoeder, knoflookpoeder en zout. Spreid uit op een bakplaat met bakpapier en bak 30-40 minuten op 200°C, halverwege omschudden. Knapperig van buiten, zacht van binnen. Veel gezonder dan patat, minstens zo lekker. Serveer met een pittige mayo of een yoghurtdip met bieslook.

Cocktailrecept: De Knol-Celery Sour
Ja, u leest het goed. Knolselderij in een cocktail. Pers 50 ml knolselderijsap (uit een slowjuicer, of rasp de knol en knijp het sap door een doek). Meng in een shaker met ijs: 45 ml gin, 20 ml vers citroensap, 15 ml suikersiroop en het knolsap. Schud stevig, zeef in een coupeglas. Garneer met een takje selderijblad. Het is een verrassend frisse, aardse twist op de klassieke sour. Proost!