Olijven plukken: een zonnige dag op de Noord-Hollandse olijfgaard

Ja, je leest het goed: olijven uit Nederland. Het klinkt bijna als een grap, maar op een handvol bijzondere, liefdevolle boerderijen in Nederland groeien ze gewoon – in kassen, op zonnige zuidhellingen of tussen de fruitbomen. Het is een van de leukste plukervaringen die je kunt doen: zelf je olijven oogsten. Weg met die flessen uit de supermarkt, jij gaat voor de ambachtelijke, knapperige, verse olijf. En het mooiste? Dat plukken kun je doen met een stel vrienden, de kinderen of je ouders. Het is een lekker relaxte, zintuiglijke bezigheid.

Hoe pak je het aan?

Pak een mandje of een emmertje, trek oude kleren aan (olijfolievlekken? Die krijg je er nooit meer uit, maar het hoort erbij) en ga op zoek naar de mooiste trossen. Olijven pluk je niet door eraan te trekken; je rollen ze voorzichtig van de tak tussen duim en wijsvinger. Ze moeten net rijp zijn: van groen naar zwart of paars, afhankelijk van de soort. Proef eens een rauwe olijf? Bitter! Geen paniek, dat hoort. Tip: neem een klein flesje water mee, want het is dorstig werk in die kas. En vergeet niet om de boer of boerin gedag te zeggen – vaak krijgen jullie meteen een kopje olijfolie of een proeverijtje aangeboden. Het is gezellig, het is buiten, het is even heel dicht bij de aarde. En het resultaat? Heerlijk.

Thuis met je buit

Eenmaal thuis staan die groene of zwarte pareltjes te glanzen in je mand. Wat nu? Het beitsen van olijven is een klein projectje, maar het is helemaal niet moeilijk. Je moet de bittere stof (oleuropeïne) eruit krijgen. De makkelijkste manier: spoel ze, maak een snede in elke olijf met een scherp mesje, doe ze in een kom met koud water en ververs dat water elke dag. Na een dag of tien (proef af en toe!) zijn ze klaar voor de pekel. Leg ze in een pot met een pekel van water en zout (10 gram zout per liter water), eventueel met wat knoflook, rozemarijn, citroenschil of chili. Laat ze nog een week weken in de koelkast, en bam: je eigen artisanale olijven.

Of je gaat meteen aan de slag in de keuken. Olijven zijn veelzijdig, van zoet tot hartig. Voor de fruitsmaak (olijf is eigenlijk een steenvrucht) geven we je twee recepten, plus een cocktail – want ook dat kan.

Recept 1: Pasta puttanesca (pittig & snel)

Puttanesca is het studentikoze zusje van de Italiaanse keuken: alles wat je in huis hebt, gaat erin. Maar met jouw handgeplukte olijven wordt het een ode aan de oogst.

Ingrediënten (voor 2 personen)

  • 200 g spaghetti of linguine
  • 3 el olijfolie
  • 2 tenen knoflook, fijngehakt
  • 4 ansjovisfilets (optioneel, maar aanbevolen)
  • 400 g tomatenblokjes (uit blik)
  • 1 el kappertjes
  • 80 g eigen olijven, in ringetjes
  • Chilipeper (vers of vlokken)
  • Handje verse peterselie

Bereiding

Kook de pasta volgens de verpakking. Verhit ondertussen de olijfolie in een pan, fruit de knoflook kort, voeg de ansjovis toe en laat deze al roerend smelten. Giet de tomatenblokjes erbij, de kappertjes, de olijven en een snuf chili. Laat 10 minuten pruttelen. Schep de pasta door de saus, werk af met peterselie. Klaar. Je proeft het contrast: zout, zuur, pittig – en de olijf is het hart.

Recept 2: Orzo met geitenkaas, olijven & geroosterde paprika

Dit is een chiquere, maar makkelijke maaltijd voor als vrienden komen eten.

Ingrediënten (voor 4 personen)

  • 300 g orzo (pasta-rijst)
  • 2 paprika’s, in reepjes
  • 2 el olijfolie
  • 1 ui, gesnipperd
  • 150 g eigen olijven, grof gehakt
  • 100 g zachte geitenkaas (of feta)
  • Handje verse basilicum
  • Zout & peper

Bereiding

Verwarm de oven voor op 200°C. Meng de paprikareepjes met 1 el olijfolie, zout en peper, rooster ze 20 minuten. Kook de orzo gaar in ruim water. Fruit de ui in de resterende olie, meng de orzo, geroosterde paprika en olijven erdoor. Serveer op borden en verkruimel er de geitenkaas over. Garneer met basilicum. Zacht, zout, romig – een plaatje.

Cocktail: Dirty olive martini (met karakter)

Je olijven zijn zo goed, je kunt ze niet zomaar opeten. Ze moeten de ster worden van een drankje.

Ingrediënten

  • 60 ml gin (liefst London Dry)
  • 15 ml droge vermout
  • 1 el pekel van je eigen olijven (of 1 tl zout water, maar pekel is beter)
  • 3 eigen olijven, aan een prikker
  • IJsblokjes

Bereiding

Doe gin, vermout en pekel in een shaker of glas met ijs. Roer goed (schudden mag ook, maar dan wordt het troebel – kwestie van smaak). Schenk door een zeef in een gekoeld cocktailglas. Prik de olijven aan een cocktailprikker en laat ze in het glas zakken. Proost op jouw eigen oogst.