Tuinbonen plukken: een zomerse speurtocht naar fluwelen peulen

Wie denkt dat tuinbonen oubollig zijn, heeft ze nog nooit vers van de plant geplukt. In Nederland kun je op verschillende boerderijen zelf aan de slag. Trek een oude broek aan, want het wordt een beetje aards plezier. Op het land schuifel je tussen de rijen, op zoek naar de dikste, donzigste peulen. Ze voelen aan als fluweel en als je er zachtjes in knijpt, voel je de bonen al bobbelen. Pluk ze als ze nog jong en frisgroen zijn – oude bonen worden taai en melig. Een tip: ga met vrienden of familie, want het werk is gezelliger samen. Maak er een wedstrijdje van: wie vindt de langste peul? De boer lacht vaak mee, en de vogels fluiten je toe.

Eenmaal thuis volgt het echte werk: de bonen moeten uit de peul. Dat is bij uitstek een klus voor aan tafel, met een bakje ernaast. Peul openwippen, boontjes eruit, de vliesjes eraf halen (tenzij ze piepklein zijn). Het is meditatief en je handen worden er groen van.

Twee recepten om van te smullen:

Tuinbonen met munt en feta Kook de gedopte bonen 3 minuten in kokend water, giet af en spoel koud. Meng met verkruimelde feta, fijngehakte munt, een scheut olijfolie, citroensap en zwarte peper. Serveer lauwwarm als bijgerecht bij gegrild vlees of als lunchsalade met brood.

Romige tuinbonenpasta Fruit een ui en twee tenen knoflook in boter. Voeg 300 gram gepelde tuinbonen toe en blus met een scheut room. Laat 5 minuten sudderen. Stamp een kwart van de bonen fijn voor een romige textuur. Schep door al dente pasta, voeg geraspte Parmezaanse kaas en veel peper toe. Garneer met muntblaadjes.

Cocktail met tuinbonen? Ja, echt!

Tuinerwtini Pureer een handvol gekookte, gekoelde tuinbonen fijn met 50 ml wodka, 20 ml droge vermout en een scheutje citroensap. Zeef door een fijne zeef. Schud met ijs en schenk in een gekoeld glas. Garneer met een enkel tuinboontje aan een cocktailprikker. Het geeft een frisse, licht aardse twist – verrassend lekker bij borrelnootjes.