Yacón. Klinkt misschien een beetje exotisch, maar je kunt het gewoon zelf plukken op verschillende boerderijen in Nederland. Het is een knolgewas dat een beetje op een zoete aardappel lijkt, maar met een knapperige, frisse textuur en een smaak die doet denken aan peer en watermeloen. Het leuke is: je oogst het in de late herfst, als de meeste andere groenten al lang zijn geoogst. Dus trek een warme jas aan, pak een mand en ga met vrienden of familie de boer op. Graven maar! Het is een schatzoektocht in de modder – hoe groter de knol, hoe blijer je bent. En geen stress: yacón is makkelijk te herkennen aan de paarse of gele schil.
Thuisgebruik
Yacón kun je rauw eten, in plakjes of reepjes, door een salade, of als dipgroente. O, en vergeet niet dat de schil gewoon mee kan (even goed wassen) – die is dun en eetbaar. Maar het beste is: yacón wordt zoeter als je hem even in de koelkast legt. Een perfecte gezonde snack dus!
Recept 1: Yacón-friet uit de oven
Schil de yacón (of boen hem goed) en snijd in frietvorm. Schep om met olijfolie, paprikapoeder, zout en een snufje knoflookpoeder. Bak in een voorverwarmde oven op 200°C in 25-30 minuten goudbruin en knapperig. Eet met een zelfgemaakte kruidenmayo – hemels.
Recept 2: Warme yacón-salade met geitenkaas
Snijd yacón in dunne plakjes en gril ze kort in een grillpan tot ze strepen hebben. Meng met rucola, verkruimelde geitenkaas, walnoten en een dressing van honing, citroensap en olijfolie. Even opwarmen in de magnetron of nog lauwwarm serveren; de zoete yacón combineert fantastisch met de zoute kaas.
Recept 3: Yacón-cocktail
Maak een verfrissende ‘Yacón Sour’. Pureer een halve, geschilde yacón in een blender met 50 ml wodka, 30 ml vers citroensap en 20 ml honingsiroop. Zeef het mengsel en schud met ijs. Schenk in een glas, top af met een beetje bruiswater en garneer met een schijfje peer. Proost!

